Titel | Mijnwerkster
De vrouw zit geknield aan de voet van een grote kolenberg. Haar gezicht, onderarmen en kleding zien zwart van het gruis. In haar rechterhand heft ze een hak om kolen weg te schrapen, die ze in de mand verzamelt. Op de achtergrond slaat een staande man haar gade. Vermoedelijk is ze bezig met het sorteren van steenkool, in de Belgische mijnstreek ook wel triage genoemd. Daar waar met name de mannen het zware, ondergrondse hak- en breekwerk verrichten, krijgen vrouwen vaak de lichtere karweien toebedeeld, zoals het transport van kolenwagens, het onderhoud aan de lampen of, zoals hier weergegeven, het voorbewerken van de grondstoffen.
Uit het werk van Herman Heijenbrock spreekt compassie met de eenvoudige, hardwerkende arbeider. Hij werkt bij voorkeur op locatie, waar hij ook afdaalt in de mijnschachten om zich tussen de arbeiders te mengen. In zijn tekeningen en schilderijen registreert hij de situatie zoals hij die aantreft. Geen idealisering of overdrijving, maar een objectieve weergave van zowel de overweldigende schoonheid als de hardheid van het industriële landschap.