Titel | Zonder titel
In het werk van Ludmila Danon geldt de natuur als uitgangspunt voor abstracte kleur- en vormverkenningen. Het schildersgebaar is hierbij vaak nadrukkelijk aanwezig. In dit olieverfschilderij geven de kwastsporen de compositie dynamiek en richting. Het beeldvlak is volledig ‘dichtgegroeid’ met kleurbanen, die zich als lianen een weg over het doek slingeren. Hoewel de kluwen zich in het centrum van het schilderij concentreert, lijkt het groeiproces zich buiten de randen voort te zetten. Opvallend is dat de waterige pigmentlagen zich niet of nauwelijks mengen, maar min of meer autonoom naast en over elkaar heen zijn geplaatst.
Ondanks de wilde vormen oogt de compositie beheerst. Anders dan abstract expressionisten als Jackson Pollock smijt en druppelt Danon niet met de verf, maar brengt ze deze welbewust en beheerst in ononderbroken, navolgbare banen op het doek. Naast plantmotieven doemen er ook antropomorfe vormen op, vereenvoudigde silhouetten die doen denken aan sculpturen van Henri Moore. Met haar suggestieve en zinnenprikkelende schilderijen doet Danon een rechtstreeks beroep op de fantasie en gevoelswereld van de beschouwer.