Lia Stoop: Over de ton, het Helmondse dialect en de kunst van het lachen
Wie Lia Stoop zegt, zegt entertainment. Al ruim 35 jaar is zij een vast gezicht op de carnavals- en theaterpodia in de regio en daarbuiten. Toch is haar relatie met het carnavalsfeest bijzonder: terwijl de rest van de regio de kroeg in duikt, vindt Lia haar geluk vooral op het podium. “Worrum zodde alt serieus zin as lache zuveul gezelliger is?”
Een echte artiestenfamilie
Het podiumbeest in Lia werd al vroeg gevoed. Haar grootmoeder was in de jaren 70 lid van het bejaardenkoortje wat bij de Keiebijters optrad en haar vader, Bert Stoop, stond bekend om zijn gevatte ‘slappe zever’. Voor Lia was de stap naar de spotlights dan ook een logische. In 1983 begon het balletje echt te rollen toen ze deelnam aan de carnavalsschlagercompetitie bij de Keiebijters in Helmond.
Jarenlang trok ze met de groep Spoit Elluf langs talloze verenigingen in de regio. Maar Lia wilde meer: ze wilde de ton in.

De sprong in de ton
In 1992 maakte Lia haar debuut als tonprater bij de Keiebijters. Het was even wennen om daar in je eentje te staan, maar het bleek een schot in de roos. Haar talent bleef niet onopgemerkt; ze werd zelfs door RTL-4 gevraagd voor het programma Moppentoppers van Ron Brandsteder.
Met personages als de schooljuffrouw Bet Weter, serveerster Dien Blad en de onvergetelijke Toos Tas bereikte ze finales van grote kampioenschappen. In 1999 kroonde ze zich tot Tonpraatkampioen van Groot Deurne.
De terugkeer van een icoon: Bep Klep
Op een gegeven moment werd het combineren van haar solo-optredens en de shows met Spoit Elluf een logistieke puzzel. Het was niet ongebruikelijk dat Lia om acht uur in Geldrop als Toos Tas in de ton stond, om vervolgens snel achter de schermen van outfit te wisselen om even later met haar groep in Deurne of Helmond op te treden. Met pijn in haar hart stopte ze destijds met kletsen, maar met de belofte: “Ooit keer ik terug.”
Na ruim 25 jaar is het zover. Met haar nieuwe creatie Bep Klep stapt Lia weer de ton in. Een comeback waar veel liefhebbers naar uit hebben gekeken.

De kracht van het Helmondse dialect
Voor Lia is het Helmondse dialect een onmisbaar instrument. “Het heeft een meerwaarde,” legt ze uit. “Het is rauw en soms een beetje platvloers, en dat leent zich perfect voor humor.” Ze speelt graag met de vooroordelen die over Helmonders bestaan: dat ze ‘kattenmeppers’ zouden zijn of lui in hun trainingspak. Door die clichés in de regio met een knipoog in te zetten, krijgt ze de lachers op haar hand.
Meer dan alleen humor
Hoewel Lia bekend staat om haar humor, heeft ze ook een serieuze kant. Ze werkt in het sociaal domein (WMO) en is binnen de gemeente Helmond een veelgevraagd trouwambtenaar (BABS). Ook tijdens een huwelijksvoltrekking mag er gelachen worden, maar het blijft een plechtig moment. Daarnaast is ze actief als presentator bij evenementen en vrijwilliger bij de TV van lokale omroep Dit is Helmond.

Vakmanschap en voorbereiding
Tonpraten is volgens Lia een vorm van kleinkunst. Ze bereidt haar sessies minutieus voor. Ze schrijft haar eigen teksten, doet stukjes voor bij collega-tonpraters zoals Jan Strik en volgde zelfs workshops bij theatericoon Karin Bloemen om haar podiumpresentatie te perfectioneren.
Voor wie zelf de ton in wil, heeft Lia een goed advies: er zijn boekjes en ervaren tonpraters die workshops geven. Want hoewel het vak vaak door mannen wordt gedomineerd, bewijzen vrouwen zoals Lia (en bijvoorbeeld Iveke Van Gerwen die in 2025 de Zilveren Narrenkap won) dat ook zij de ton naar hun hand kunnen zetten.